Japanse geschiedenis - Yoshinkan Aikido 2013

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

``Om het hedendaagse Aikido te kunnen begrijpen moet men eigenlijk
de japanse cultuur en tradities kunnen begrijpen´´




De japanse geschiedenis is een geschiedenis van keizerlijke dynastieen, waarbij de macht in de provincies onderverdeeld was over talrijke clans. Door handelsbetrekkingen met China en Korea (tijdens de Han-dynastie) legde Japan zijn culturele en politieke basis waarop de japanse samenleving werd gebouwd. Tegen het einde van de 9e eeuw stopte het culturele kontakt met China en begon Japan´s beschaving zijn eigen vormen en kenmerken aan te nemen.

Het leven in de hoofdstad in die tijd kenmerkte zich door grote welvaart, waarbij het Hof zich overgaf aan sociale en kunstzinnige vermaken. In de provincies echter begon het keizerlijke gezag over de verschillende clans steeds meer te wankelen. Uiteindelijk kwam de macht in handen van twee elkaar revaliserende families: de Minamoto's en de Tiara's (beiden afstammelingen van vroegere keizers).

In 1185 zegevierde de Minamoto-familie uiteindelijk en de macht van de Tiara-clan werd daarbij geheel vernietigd. Deze overwinning markeerde het einde van de keizerlijke dynastieen als effectieve politieke macht en het begin van zeven eeuwen leenheerschappij (= stelsel waarbij een leenheer bepaalde bevoegdheden of grondbezit in beheer geeft aan derden, in ruil voor bepaalde gunsten of diensten).

Aan het begin van dit nieuwe tijdperk waren de "samoerai" nog boeren die, als dat nodig was, voor hun heer vochten. De vechtkunsten in deze tijd waren simpele methodes om zichzelf te verdedigen, en aanvallen in gevechten bestonden uit primitieve handgevechten en stoktechnieken. Als af en toe een fysiek zwakkere een sterkere tegenstander wist uit te schakelen, werd uitgezocht hoe hij tot deze "overwinning" was gekomen. Zo kwamen steeds nieuwe technieken in de praktijk tot ontwikkeling (vaak met grote risico's voor de beoefenaars!).

Toen de landheren steeds vaker met elkaar in oorlog kwamen, werd het noodzakelijk om gewapende troepen te trainen die hun grenzen beschermden. Dit werden de samoerai of bushi. Hun hoge status in de maatschappij kregen zij in 1192 toen de Minamoto-familie een militaire regering (= shogunaat) vormde. De maatschappij zag er toen als volgt uit: de onderste klasse bestond uit de handelaren of kooplieden; daarboven kwamen de handwerkslieden; daarna de boeren en aan de top stond de militaire klasse, de samoerai. Deze hoge status stimuleerde tot de "code van de samoerai" die nodig was om een sterke binding tussen de heer en zijn bushi te creeren. Er werd van hen verwacht dat ze onvoorwaardelijk trouw bleven aan en vochten en stierven voor hun heer! Zo ontwikkelde en leerde men betere vechtmethodes, een sterk gevoel van rechtvaardigheid, beleefdheid en eergevoel, en het uitoefenen van grote strengheid in hun levensfilosofie. Dit werd bushido (= de weg van de krijger) genoemd. Zo moesten ze de volgende vechtkunsten kunnen uitoefenen:

- zwaardtechnieken (kenjutsu);

- paardrijkunst (bajutsu);

- boogschieten (kyujutsu);

- speertechnieken (sojutsu);

- ongewapende technieken (kumiuchi), o.a. worsteltechnieken die van het sumoworstelen afstamden.

Door de eeuwen heen werden de verschillen tussen de gewapende en ongewapende technieken steeds groter. Na 1600 bestonden er in Japan bijna geen interne oorlogen meer en de volgende tweeenhalf eeuwen waren zo vredig dat de samoerai weinig moesten vechten. Hun taken werden meer administratief. Ze bleven echter wel trainen en de vele vechtkunsten verfijnen. Onder invloed van het Zen-boeddhisme veranderde de vechtkunsten van louter technieken naar "filosofische manieren", met de nadruk op zelfdiscipline, zelfperfectie en een bepaalde levensfilosofie.

Nadat de leenheerschappij in 1860 werd beeindigd en de samoeraiklasse verdween, versterkte zich deze verandering zodanig dat het karakter "jutsu" (= techniek) werd omgezet in het karakter "do" (= weg) in de Zen-betekenis, welke een beoefening is die kan leiden tot verlichting. Het originele japanse woord voor vechtkunst is bujutsu (bu = militaire, jutsu = techniek). Dus kenjutsu werd kendo, kyujutsu werd kyudo etc. Deze "levensfilosofie" groeide uit van het oorspronkelijke doel om de vijand te doden tot vele elementen in het dagelijks leven. Budo is minder strijdlustig en meer gericht op de spirituele discipline waarbij men zichzelf mentaal en fysiek kan opheffen. Er werd veel waarde gehecht aan het beoefenen van budo (in alle sociale lagen van de bevolking) om de morele kracht te verkijgen die nodig was om een sterke samenleving op te bouwen.

De geschiedenis van Aikido

Van de geschiedenis van Aikido is nog steeds veel onbekend. Hieronder volgen wat hoofdpunten over wat we er tot nu toe van weten.

Tot op zekere hoogte ontwikkelden ongewapende vechttechnieken zich in verschillende systemen en stijlen. Gevarieerde slagveldsituaties en de technische vereisten voor de onderlinge oorlogen leidde tot het oprichten van de verschillende scholen (ryu), welke in de grote, machtige families van generatie tot generatie werd doorgegeven. Een van deze systemen was het Aikijutsu. Het is niet helemaal zeker waar de Aiki-technieken vandaan kwamen, maar men zegt dat de oorsprong lag bij prins Teijun, 6e zoon van keizer Seiwa (850-880). Door de zoon van de prins, Tsunemoto, werd het aan de opvolgende generaties binnen de Minamoto-familie doorgegeven.

Tegen de tijd dat de vechtkunst Shinra Saburo Yoshimitsu bereikte, was de basis voor het hedendaagse Aikido al gelegd. Yoshimitsu was een buitengewoon bekwaam en geleerd man. Men zegt dat hij veel van zijn technieken ontwikkelde nadat hij zorgvuldig bestudeerde hoe handig een spin een groot insekt in zijn web ving. Ook bestudeerde Yoshimitsu de menselijke anatomie door de lichamen van oorlogsslachtoffers en misdadigers te ontleden. Zijn huis "Daito" gaf de naam aan deze stijl van Aikijutsu: Daito Aikijutsu.

De tweede zoon van Yoshimitsu, Yoshikiyo, woonde in Takeda (provincie Kai) en daarom werd zijn familie bekend onder de naam Takeda. Ook hier werden de technieken van de Daito Ryu doorgegeven aan de opvolgende generaties als een geheime vechtkunst die alleen bekend gemaakt werd aan diegenen die tot de familie behoorden. In 1574 verhuisde de familie met familiehoofd Takeda Kunitsugu naar Aizu en werd de naam veranderd in Aizu-todome technieken (= geheime technieken).

Het bleef een exclusieve vechtkunst die alleen door de samoerai beoefend werd en bleef in de familie totdat Japan in 1868 (Meiji periode) uit zijn isolement kwam. Deze ommekeer bracht niet alleen de keizerlijke oppermacht weer terug maar ook een verwesterse cultuur, politiek en economische manier van leven. De samoeraiklasse verdween nagenoeg maar de essentie van Bushido, dat vele eeuwen gecultiveerd werd, bleef een belangrijke rol spelen in het dagelijkse leven van vele Japanners.

Rond deze tijd was Sokaku Takeda hoofd van de familie en hij begon de vechtkunst als eerste buiten de Takeda-familie te onderrichten. Hij reisde door heel Japan en vestigde zich toen in Hokkaido. Zijn zoon, Tokimune Takeda, opende de Daitokan Dojo in Hokkaido.

Een van de meest uitzonderlijke leerlingen van Sokaku Takeda was Morihei Ueshiba (1883-1969). Ueshiba Sensei, een man met buitengewone talenten, voegde aan de Daito Ryu bijzonderheden toe van andere oude vechtkunsten en ook zelfontwikkelde technieken. Zo ontwikkelde hij het Aikido.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu